Nieuw uitstel MER niet zonder gevolgen

Dinsdag 27 maart 2018

Op 27 maart 2018  heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat laten weten dat het Milieueffectrapport (MER) Schiphol opnieuw is vertraagd. Dat is al de derde keer, het gebeurde eerder in juni 2016 en oktober 2017. Dit zoveelste uitstel heeft grote gevolgen voor de uitvoering van het Aldersakkoord.

Ten eerste vertraagt het de formele inwerkingtreding van het Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel (NNHS). Die wacht namelijk op de totstandkoming van een Luchthavenverkeersbesluit (LVB) en Luchthavenindelingsbesluit (LIB) waarvoor zo’n MER nodig is. Het is onverteerbaar dat na 10 jaar nog steeds onnodig wordt gebakkeleid over de uitwerking van het Aldersakkoord.

Ten tweede duurt het al vijf jaar bestaande rechtsvacuüm voort. Het anticiperend handhaven van het nieuwe stelsel is verworden tot geen handhaving van zowel het oude stelsel als het nieuwe: niet alleen is de experimenteerperiode van twee jaar voor overschrijding van de grenswaarden in de bestaande handhavingspunten ruim verstreken, ook het nieuwe stelsel wordt niet toegepast (selectiviteit, nachtvluchten, vierde-baanregel) zonder dat daartegen door de Inspectie Leefomgeving en Infrastructuur (ILT) wordt opgetreden. Lapmiddelen zoals gedoogafspraken en tijdelijke regelingen werken niet meer of worden door de rechter onderuit gehaald. Ondanks politiek commitment van de minister kan zelfs het plafond 500.000 vluchten gevaar lopen. De ORS-bewonersdelegatie heeft in oktober 2017 in het advies over de Gebruiksprognose 2018 alarm geslagen. Ondanks de urgentie ziet het er niet naar uit dat het nieuwe stelsel in de Gebruiksprognose 2019 afdoende is geborgd.

Ten derde loopt ook de advisering Schiphol 2020-2030 weer vertraging op. Het MER vormt de feitenbasis voor de twee adviesaanvragen. Het advies over ‘Toekomstbestendigheid van het NNHS’ moet uitsluitsel geven over met name de vierde-baanregel en de 50/50 verdeling. Voor de bewoners is de uitleg trouwens klip en klaar: zonder vierde-baanregel is er geen nieuw normenstelsel en de 50/50-verdeling geldt slechts voor groeiruimte gebaseerd op de helft van de na 2020 gerealiseerde hinderbeperking. In het ORS-advies over ‘Bouwen en wonen’ moet de principiële vraag worden beantwoord waar niet en waar wel kan worden gebouwd. Maar intussen wordt dit probleem “opgelost” via voldongen feiten door het bestaan ervan te ontkennen en een klaagverbod met kettingbeding in te voeren.

Ten vierde is met uitstel van de opening van Lelystad (ook al voor de derde keer!) en de fasering van het het plafond van 45.000 vluchten de afgesproken overheveling van vakantievluchten vanaf Schiphol vertraagd. Daarmee is het selectiviteitsbeginsel uitgehold.

Om de ontwikkeling van Schiphol in goede banen te leiden, moet het afgesproken plafond van 500.000 vluchten tot en met 2020 minimaal worden verlengd tot na de herindeling van het luchtruim in 2023. Anders dreigt het gevaar dat de schaarse capaciteit na 2020 opnieuw wordt verspild aan pretvluchten. Pas na herindeling van het luchtruim kan worden besloten over een nieuw plafond voor Schiphol tot en met 2030.

 

Deel dit bericht

15 juli 2019

Overheid, u bent er voor de burger, niet voor de luchtvaart

Lees meer
4 juli 2019

Groeiplan voor Schiphol is onbehoorlijk bestuur

Lees meer